ECLI:NL:RVS:2025:5456
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtredingen Arbobesluit bij asbestsanering vastgoedonderhoudsbedrijf
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een hoger beroep van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De minister had aan een vastgoedonderhoudsbedrijf een boete van €54.000 opgelegd wegens vijf overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit, gerelateerd aan het onjuist saneren van asbesthoudende beglazingskit.
De rechtbank had de boete gematigd tot €6.750,00, omdat zij oordeelde dat niet alle overtredingen bewezen waren en dat er sprake was van samenloop. De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging en het oordeel over de tweede overtreding, terwijl het bedrijf incidenteel hoger beroep instelde onder de voorwaarde dat het hoger beroep van de minister gegrond zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de tweede overtreding wel is begaan en dat de boetes voor de derde, vierde en vijfde overtreding terecht zijn opgelegd, maar matigt deze boetes met 75% vanwege de samenhang. Tevens wordt de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn met 15% verminderd. De totale boete wordt daardoor vastgesteld op €20.081,25. Het incidenteel hoger beroep van het bedrijf wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €20.081,25 na matiging wegens samenloop en overschrijding redelijke termijn.