ECLI:NL:RVS:2017:3303
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. Uylenburg
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boete wegens overtredingen Arbowet en Arbobesluit bij asbestverwijdering
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [appellante sub 2] een bestuurlijke boete van €42.300,- op wegens meerdere overtredingen van de Arbowet en het Arbobesluit bij asbestverwijderingswerkzaamheden. De rechtbank Den Haag matigde deze boete met 50%, stellende dat de overtredingen voortvloeiden uit het niet voorzien van asbest en dat [appellante sub 2] geen eerdere boetes had.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging, stellende dat de overtredingen afzonderlijk en ernstig waren en dat de rechtbank ten onrechte rekening hield met omstandigheden die niet relevant zijn voor de boetemaat. [Appellante sub 2] stelde incidenteel hoger beroep in en voerde aan dat zij de aanwezigheid van asbest niet kon vermoeden vanwege een spoedklus en navraag bij de eigenaar.
De Raad van State oordeelde dat de overtredingen afzonderlijk beboetbaar zijn en cumulatie van boetes niet per definitie onevenredig is. Wel achtte de Afdeling matiging met 25% passend vanwege de spoedklus en het feit dat [appellante sub 2] niet op asbest was bedacht. De eerdere matiging van 50% door de rechtbank werd vernietigd. De boete werd vastgesteld op €31.725,-. De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd en de minister werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €31.725,- met een matiging van 25% vanwege de spoedklus en onvoorziene asbestaanwezigheid.