ECLI:NL:RVS:2025:5509
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 17 januari 2025 niet in behandeling werd genomen. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 mei 2025 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en verwees naar een eerdere uitspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot België, waaruit bleek dat het besluit van de minister onjuist was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde zowel het besluit van de minister als de uitspraak van de rechtbank.
De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep werd daarmee toegewezen en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd en het hoger beroep is gegrond verklaard.