ECLI:NL:RVS:2025:5509

Raad van State

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
12 november 2025
Zaaknummer
202502928/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel

Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 17 januari 2025 niet in behandeling werd genomen. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 mei 2025 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en verwees naar een eerdere uitspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot België, waaruit bleek dat het besluit van de minister onjuist was. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde zowel het besluit van de minister als de uitspraak van de rechtbank.

De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep werd daarmee toegewezen en het besluit vernietigd.

Uitkomst: Het besluit van de minister om de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen is vernietigd en het hoger beroep is gegrond verklaard.

Uitspraak

202502928/1/V3.
Datum uitspraak: 12 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 15 mei 2025 in zaak nr. NL25.2555 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 15 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Ceylan, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De door appellant in zijn eerste grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3305, onder 5 tot en met 5.7. De overwegingen in die uitspraak zijn hier van overeenkomstige toepassing. Hieruit volgt dat de grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het is niet nodig wat appellant verder heeft aangevoerd te bespreken. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 17 januari 2025. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 15 mei 2025 in zaak nr. NL25.2555;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.     vernietigt het besluit van 17 januari 2025, V-[…];
V.      veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025
981