ECLI:NL:RVS:2025:5574
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep tegen rechtbankuitspraak
Appellant is op 18 juni 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 2 juli 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep stelde appellant onder meer dat de uitspraak van de rechtbank niet in het openbaar was gedaan omdat de bekendmaking via het digitale loket buiten openingstijden plaatsvond. De Afdeling oordeelde dat de uitspraak geacht moet worden in het openbaar te zijn gedaan, conform de wettelijke vereisten, en verwierp deze grief. Een tweede grief van appellant werd niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen belang had voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Afdeling zag ook geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.