ECLI:NL:RVS:2025:5597
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing aanvullende schadevergoeding toeslagenaffaire afgewezen
Appellante heeft zich gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, waarbij fouten zijn vastgesteld en een definitieve compensatie van €70.327,00 is vastgesteld. Zij vorderde aanvullende schadevergoeding voor diverse posten, waaronder studievertraging, inkomensschade en immateriële schade.
De Commissie Werkelijke Schade (CWS) heeft een aanvullend bedrag van €50.573,00 geadviseerd, waarbij een aantal schadeposten zoals studievertraging en inkomensschade niet werden toegekend wegens onvoldoende causaal verband. De Dienst Toeslagen heeft dit advies grotendeels overgenomen en de aanvullende vergoeding vastgesteld op €49.674,00.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het causaal verband met studievertraging en arbeidsmarktstart wel aannemelijk was, maar de Raad van State volgde de rechtbank en Dienst Toeslagen in hun motivering dat dit niet voldoende was aangetoond.
Ook andere schadeposten zoals verhuizingen, vermoeidheidskliniek en tandartskosten werden niet toegekend wegens onvoldoende bewijs of causaal verband. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en appellante krijgt geen hogere aanvullende schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvullende schadevergoeding van €49.674,00 blijft ongewijzigd.