ECLI:NL:RVS:2025:5672
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag Oekraïense vreemdeling
Appellant, een Oekraïense vreemdeling, diende op 12 februari 2025 een asielaanvraag in bij de centrale aanmeldlocatie in Ter Apel. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn asielaanvraag als een verzoek om tijdelijke bescherming had moeten worden aangemerkt, aangezien hij zich niet bij de gemeente had gemeld en de procedure onduidelijk was. De Afdeling oordeelde dat de minister de aanvraag inderdaad als verzoek om tijdelijke bescherming had moeten behandelen en dat de aanvraag om organisatorische redenen doorgezonden had moeten worden naar een andere IND-locatie.
De Afdeling stelde vast dat de minister de aanvraag niet had doorgezonden en daardoor niet had beoordeeld of appellant voor tijdelijke bescherming in aanmerking kwam. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister mocht bepalen welke lidstaat verantwoordelijk was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van 25 april 2025 vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.