ECLI:NL:RVS:2025:570
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens adequate opvang in Ethiopië
De vreemdeling, van Ethiopische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op humanitaire gronden. De staatssecretaris wees deze aanvraag af en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De vreemdeling ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het eerdere terugkeerbesluit uit 2016 nog steeds van kracht was en dat de afwijzing van de aanvraag in 2020 niet als nieuw terugkeerbesluit geldt. De vreemdeling viel onder de Terugkeerrichtlijn en de minister had onderzoek moeten doen naar opvangmogelijkheden tot het meerderjarig worden van de vreemdeling.
De minister mocht uitgaan van de aanwezigheid van twee broers en een oom in Ethiopië als adequate opvang. De vreemdeling had onvoldoende meegewerkt aan het onderzoek, onder meer door weinig informatie te verstrekken aan hulporganisaties. De Afdeling oordeelde dat de minister aan zijn onderzoeksplicht had voldaan en de vreemdeling niet.
De grieven van de vreemdeling faalden, ook het bezwaar tegen het inreisverbod. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wegens aanwezigheid van adequate opvang in Ethiopië en onvoldoende medewerking aan terugkeer.