ECLI:NL:RVS:2023:2670
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en beoordeling terugkeerbesluiten niet-begeleide minderjarige Eritrese asielzoeker
De vreemdeling, een minderjarige Eritrese asielzoeker, diende op 10 oktober 2019 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege erkenning als vluchteling in Oeganda. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek naar de vluchtelingenstatus in Oeganda. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en het hoger beroep werd gegrond verklaard, waarbij de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Vervolgens nam de staatssecretaris meerdere besluiten waarbij de asielaanvraag opnieuw niet-ontvankelijk werd verklaard en terugkeerbesluiten werden genomen of uitgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het terugkeerbesluit was uitgesteld en vernietigde de besluiten van 27 juli 2021 en 2 mei 2022. Het aanvullende besluit van 30 november 2022, waarin het terugkeerbesluit alsnog werd genomen, werd echter gegrond verklaard.
De Afdeling benadrukte het belang van een grondig en voortvarend onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer, rekening houdend met de kwetsbaarheid van de minderjarige. De vreemdeling had onvoldoende medewerking verleend aan het onderzoek, waardoor het niet tijdig kon worden afgerond. De staatssecretaris mocht het terugkeerbesluit nemen nadat de vreemdeling meerderjarig was geworden. De proceskosten werden aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd, beroep tegen terugkeerbesluiten deels gegrond en deels ongegrond verklaard met in stand blijven rechtsgevolgen en proceskostenveroordeling.