ECLI:NL:RVS:2025:5739
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Raad van State vernietigt besluit inzake inzage strafvorderlijke gegevens en legt nieuwe besluitvorming op
Het College van procureurs-generaal weigerde inzage te geven in bepaalde strafvorderlijke gegevens van appellanten, die dit wilden controleren op juistheid en rechtmatigheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Raad van State stelde in hoger beroep vast dat de rechtbank ten onrechte zowel de AVG als de Wjsg als toetsingskader hanteerde, terwijl alleen de Wjsg van toepassing is.
De Raad oordeelde dat het College een te beperkte uitleg gaf aan het begrip 'persoonsgegeven', waardoor relevante informatie, zoals onderzoeksnamen en inhoudelijke tenlasteleggingen, onterecht werd weggelakt. Tevens werd geoordeeld dat het overzicht van documenten onvoldoende specifiek was om appellanten in staat te stellen hun rechten effectief uit te oefenen.
Verder concludeerde de Raad dat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen aanvullende documenten zijn, ondanks de stellingen van appellanten over ontbrekende stukken. Het verslag van het tripartite overleg bevatte geen persoonsgegevens en werd door de Raad bevestigd als niet-persoonsgegeven.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het College binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij volledige inzage moet worden gegeven en een nadere zoekslag moet worden verricht. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Raad van State mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen met volledige inzage en nadere zoekslag.