ECLI:NL:RVS:2025:5744
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhaving permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde aan appellant A en appellante B een last onder dwangsom op om de permanente bewoning van hun recreatiewoning te beëindigen, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat vanwege de medische en financiële situatie van appellanten, hun gebrek aan zelfredzaamheid, de woningmarktkrapte en de lange handhavingstermijn het college van handhaving had moeten afzien.
Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht te veel gewicht gaf aan persoonlijke omstandigheden en de lange termijn voordat handhaving werd ingezet. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat handhaving in principe voorop staat en alleen bij bijzondere omstandigheden moet worden afgezien. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het handhavend optreden noodzakelijk was, met name ten aanzien van medische omstandigheden, sociale tegenslagen en digitale zelfredzaamheid van appellanten.
De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak waarin de last onder dwangsom werd herroepen, maar bevestigde het oordeel dat het college het besluit op bezwaar opnieuw moet nemen met een zorgvuldige belangenafweging. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor appellanten de woning voorlopig niet hoeven te verlaten en geen dwangsom hoeven te betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van 24 november 2020 wordt deels in stand gelaten en het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met zorgvuldige motivering.