202400841/1/R3.
Datum uitspraak: 26 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Bewonersorganisatie vereniging Terbregge’s Belang (hierna: de vereniging), gevestigd in Rotterdam,
appellante,
en
de raad van de gemeente Rotterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 21 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Terbregseveld Warmoeziersstraat" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de vereniging beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
Kade Consult B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting van 10 oktober 2025, waar de vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. S.B.H. Fijneman en D.G.S.E. Simonis, zijn verschenen. Verder is op de zitting Kade Consult B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 6 april 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het plan is vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 23 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:573. Het plan heeft betrekking op percelen in het Terbregseveld, grenzend aan de Warmoeziersstraat in Rotterdam. Op de percelen bevinden zich een (voormalig) kassencomplex en een volkstuinencomplex. Het plan kent aan deze percelen onder meer de bestemming "Wonen" toe. Dit maakt de bouw van zeven woningen mogelijk. De vereniging vreest tijdens de bouw van de woningen problemen in de wijk door het bouwverkeer. Kade Consult is eigenaar van een deel van de percelen. Toetsingskader
3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Ontvankelijkheid
4. Kade Consult betoogt dat het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk is, omdat zij geen belanghebbende is. Volgens haar is niet duidelijk of de vereniging krachtens de statuten algemene wijkbelangen mag behartigen. Indien de doelstelling alleen ziet op het behartigen van belangen van leden, moet de vereniging aantonen dat leden rechtstreeks door dit plan worden geraakt. Ook wonen de ondertekenaars van het beroep volgens haar niet direct bij de projectlocatie en ook niet langs de door de vereniging vermelde bouwroutes. Daarnaast zijn volgens haar de meeste woningen langs de mogelijke route van het bouwverkeer eigendom van een woningcorporatie en is niet duidelijk dat de statuten de vereniging bevoegd maken om de belangen van deze vastgoedeigenaar te behartigen. Verder wist de vereniging al jaren dat op deze locatie woningbouw was voorzien. In een eerdere procedure bij de Afdeling heeft de vereniging volgens haar geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nadere stukken in te dienen voor wat betreft de ontwikkeling die hier voorligt, terwijl de plannen nagenoeg niet zijn gewijzigd.
4.1. Artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) luidt:
"1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
[…].
3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen."
Artikel 8:1 luidt:
"Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter."
4.2. Bij uitspraak van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953 onder 4.3 tot en met 4.8, heeft de Afdeling - tegen de achtergrond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C:2021:7 - overwogen dat aan degene die bij een besluit geen belanghebbende is, maar die wel een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit op basis van de in het nationale omgevingsrecht gegeven mogelijkheid daartoe, in beroep niet zal worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is. 4.3. De vereniging heeft geen zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Daarom ziet de Afdeling aanleiding om te bezien of de vereniging belanghebbende is bij het bestreden besluit.
4.4. De vereniging komt blijkens haar doelstelling op voor de belangen van de bewoners van de wijk Terbregge, waar het Terbregseveld onderdeel van uitmaakt. Het is aannemelijk dat verschillende bewoners van Terbregge gevolgen kunnen ondervinden van de ontwikkeling die het bestreden besluit mogelijk maakt. Dat de ondertekenaars van het beroep, zijnde bestuursleden van de vereniging, niet direct bij de projectlocatie en ook niet langs de door de vereniging vermelde bouwroutes wonen en de meeste woningen langs de mogelijke route van het bouwverkeer eigendom van een woningcorporatie zijn, is hierbij niet van belang. De vereniging brengt door op te komen voor de belangen van de voornoemde bewoners een bundeling van rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken individuele belangen tot stand. In de bundeling van die belangen liggen de in artikel 1:2, derde lid, van de Awb genoemde feitelijke werkzaamheden besloten. Gelet hierop is de vereniging belanghebbende bij het bestreden besluit. Nog daargelaten dat in het bestemmingsplan dat aan de orde was in de onder 2 genoemde uitspraak van de Afdeling de percelen van Kade Consult niet waren bestemd voor "Wonen", is voor de vereniging om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt niet maatgevend of zij in een eerdere procedure nadere stukken heeft ingediend. Geen aanleiding bestaat dan ook het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat de Afdeling het beroep inhoudelijk behandelt.
Beoordeling van het beroep
5. De vereniging betoogt dat het plan zonder aparte bouwweg onuitvoerbaar is. Volgens haar had de raad een aparte bouwweg daarom in het plan moeten opnemen. Zij voert aan dat een gedeelte van de al aanwezige toegangsweg dient als waterkering, waardoor het Hoogheemraadschap mogelijk beperkingen zal stellen aan het gebruik van de weg, dat de bestaande wegen te smal zijn en dat de kwaliteit van de wegen slecht is. Daarnaast zullen volgens haar woningen in de wijk door het bouwverkeer schade oplopen. Ook is volgens haar de verkeersveiligheid een punt van zorg, omdat aan de toegangsweg een speeltuin ligt.
5.1. Bij een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog over de uitvoerbaarheid van dat plan alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als de raad redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan op voorhand niet uitvoerbaar is.
5.2. Voor zover de vereniging betoogt dat het plan niet uitvoerbaar is, omdat het plangebied voor bouwverkeer niet bereikbaar zal zijn, het Hoogheemraadschap mogelijk beperkingen zal stellen aan het gebruik van de toegangsweg, de bestaande wegen te smal zijn en de kwaliteit van de wegen slecht is in de wijk, overweegt de Afdeling als volgt. De vereniging heeft er in beroep op gewezen dat er voor het bouwverkeer twee alternatieve routes naar het plangebied mogelijk zijn. Daarom heeft de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat er geen redenen zijn waarom het plan op voorhand niet uitvoerbaar is.
Wat de vereniging voor het overige heeft aangevoerd, betreft de uitvoering van het plan. Volgens vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:874, onder 5.1) maken uitvoeringsaspecten, zoals de keuze voor een bouwweg, geen onderdeel uit van het besluitvormingsproces over de ruimtelijke keuze en hoeven daarom niet te worden betrokken bij de vaststelling van het plan. Zij zijn bij de beoordeling van het besluit tot het vaststellen van het plan dan ook niet het onderwerp van toetsing door de Afdeling. De wijze waarop uitvoering mag worden gegeven aan het plan door de feitelijke bouw van de woningen in het plangebied, kan aan de orde komen bij de beoordeling van het besluit tot het verlenen van de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. De Afdeling ziet in wat de vereniging heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om tot een andere conclusie te komen. Het betoog slaagt niet.
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond.
7. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.
w.g. Lange
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Lap
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025
288-1164