ECLI:NL:RVS:2025:578
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdelingen door Raad van State na hoger beroep
Bij besluiten van 27 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie twee vreemdelingen in bewaring gesteld. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem. Op 13 december 2024 verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om schadevergoeding af.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen zonder nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming bevat.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdelingen bevestigd.