ECLI:NL:RVS:2025:5795
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde betrokkene op 29 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op in de vorm van grensdetentie in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). Betrokkene stelde beroep in tegen deze maatregel en kreeg bij de rechtbank Den Haag op 24 februari 2025 gelijk, waarbij ook schadevergoeding werd toegekend.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat het JCS wel een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is en dat de grensdetentie niet onrechtmatig was. Betrokkene voerde aan dat zijn detentie onevenredig bezwarend was vanwege zijn medische toestand, seksuele gerichtheid en levensbeschouwing, maar dit werd niet gegrond verklaard.
Verder stelde betrokkene dat hij meer uren per dag in zijn cel werd ingesloten dan anderen, wat volgens hem in strijd was met het EVRM, maar ook deze grond werd verworpen. Ook het bezwaar dat de grensdetentie te laat werd opgeheven werd afgewezen omdat de minister een redelijke termijn had voor onderzoek.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard met afwijzing van schadevergoeding.