ECLI:NL:RVS:2024:315
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige voortduring vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Bij besluit van 19 mei 2023 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling in het kader van de grensprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en kende schadevergoeding toe, omdat de maatregel volgens de rechtbank buiten de toegestane termijn van 48 uur na het nader gehoor was voortgezet.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het nader gehoor op 29 mei 2023 plaatsvond, niet op 28 mei 2023 zoals de rechtbank had aangenomen, en dat het voornemen om de asielaanvraag af te wijzen binnen 48 uur na het nader gehoor was uitgebracht. Tevens stelde hij dat tussentijdse wijzigingen in feiten en omstandigheden kunnen leiden tot heroverweging van de geschiktheid van de asielaanvraag voor de grensprocedure.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris binnen een redelijke termijn na het nader gehoor aan de vreemdeling kenbaar had gemaakt dat de aanvraag in de grensprocedure zou worden voortgezet en dat de maatregel op 2 juni 2023 was opgeheven, wat voortvarend werd geacht. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de voortzetting onrechtmatig was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij de vrijheidsontnemende maatregel als rechtmatig wordt beoordeeld.