ECLI:NL:RVS:2025:5811

Raad van State

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
202505419/2/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake inschrijving bacheloropleiding Technische Bestuurskunde

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft op zijn verzoek tot inschrijving voor de bacheloropleiding Technische Bestuurskunde. Tevens heeft hij een voorlopige voorziening gevraagd.

Het college van bestuur heeft bij besluit van 27 oktober 2025 het verzoek tot inschrijving geweigerd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld op 20 november 2025, waarbij partijen zijn gehoord.

Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (ECLI:NL:RVS:2025:5802) wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het college van bestuur hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering tot inschrijving wordt afgewezen.

Uitspraak

202505419/2/A2.
Datum uitspraak: 3 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft (hierna: het CvB),
verweerder.
Procesverloop
[verzoeker] heeft beroep ingesteld tegen het door het CvB niet tijdig beslissen op zijn verzoek tot inschrijving voor de bacheloropleiding Technische Bestuurskunde aan de Technische Universiteit Delft (hierna: TUD). Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij beslissing van 27 oktober 2025 heeft het CvB het verzoek van [verzoeker] tot inschrijving geweigerd.
Het CvB heeft een verweerschrift ingediend.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 20 november 2025, waar [verzoeker] en het CvB, vertegenwoordigd door mr. M.P. van Leerdam en [gemachtigde], zijn verschenen.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202505419/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:5802, heeft de Afdeling op het beroep van [verzoeker] beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
2.       Het verzoek wordt afgewezen.
3.       Het CvB hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025
284-1175