ECLI:NL:RVS:2025:586
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor bouwafwijkingen woning in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde op 13 september 2022 aan verzoeker een last onder dwangsom op omdat werkzaamheden aan zijn woning afweken van de verleende omgevingsvergunning uit 2019. Het ging om afwijkingen zoals drie ramen in de voorgevel in plaats van twee, twee afvoeren in de zijgevel zonder vergunning, en een uitbouw van 3 meter in plaats van 2 meter met een serre.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze last onder dwangsom ongegrond. Verzoeker stelde onder meer dat er inmiddels een vergunning was verleend voor de gewijzigde ramen en dat hij bereid was de afvoeren en serre te verwijderen. Ook voerde hij aan dat de grotere uitbouw mogelijk alsnog gelegaliseerd kon worden vanwege toezeggingen van een gemeenteambtenaar en lopende procedures.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ten tijde van het opleggen van de last onder dwangsom geen concreet zicht op legalisatie bestond. De latere vergunning voor de ramen deed hieraan niets af. De bereidheid tot verwijdering van afvoeren en serre kwam te laat. De uitbouw was strijdig met het bestemmingsplan en het college was niet verplicht een vergunning te verlenen. Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen. Ook het beroep tegen het invorderingsbesluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het invorderingsbesluit worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.