ECLI:NL:RBDHA:2024:16321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom voor afwijkende aanbouw en wijzigingen woning ongegrond verklaard
Eiser heeft een aanbouw en andere wijzigingen aan zijn woning gerealiseerd die afwijken van de verleende omgevingsvergunning van 11 februari 2019. Verweerder heeft daarop een last onder dwangsom opgelegd om de woning in overeenstemming te brengen met de vergunning. Eiser betwist niet de afwijkingen, maar voert aan dat hij een aanvraag tot legalisatie heeft ingediend en dat het handhavingsbeleid willekeurig is.
De rechtbank stelt vast dat de aanvraag tot legalisatie is geweigerd en dat er geen concreet zicht op legalisatie bestaat. Daarnaast is het handhavingsbeleid van verweerder voldoende duidelijk en is er geen sprake van willekeur. De overtredingen zijn niet licht van aard, mede gezien de omvang van de aanbouw en de wijzigingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht handhavend heeft opgetreden en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn om van handhaving af te zien. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf op 2 oktober 2024 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last blijft van kracht.