ECLI:NL:RVS:2025:587
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval op 14 februari 2025 de opheffing van deze maatregel, waarbij tevens een schadevergoeding werd toegekend.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De minister voerde aan dat het grensbewakingsbelang wordt geschaad indien de maatregel wordt opgeheven, omdat de vreemdeling dan toegang tot het Schengengebied zou krijgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn en dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling bij voortzetting van de maatregel. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist.