ECLI:NL:RVS:2025:5873
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor bouw kas ten behoeve van caravanstalling wegens strijd met Omgevingsverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam weigerde op 3 april 2020 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een tuinbouwkas ten behoeve van het stallen van caravans op het perceel Wildersekade 90. De aanvraag was strijdig met het bestemmingsplan en provinciaal beleid, waarop het college de vergunning weigerde wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering over het afwijken van provinciaal beleid. Het college besloot op 26 juli 2024 opnieuw tot weigering, mede omdat gedeputeerde staten geen ontheffing verleenden.
VOF Stalling 010 en anderen voerden aan dat de Omgevingsvisie en kwaliteitskaart niet toepasbaar waren, dat geen sprake was van een wijziging op structuurniveau en dat het college had kunnen afwijken van het provinciaal beleid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanvraag niet voorziet in een wijziging op structuurniveau en dat de aanvraag in strijd is met de Omgevingsverordening omdat nieuwbouw van een kas voor caravanstalling afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit. Het college kon terecht geen ontheffing verlenen volgens artikel 6.34 van de Omgevingsverordening.
De Afdeling verwierp ook bezwaren over het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep werd gegrond verklaard omdat de rechtbank ten onrechte niet op alle gronden had beslist, maar het beroep tegen het nieuwe besluit van 26 juli 2024 werd ongegrond verklaard. Het college hoeft geen nieuw besluit te nemen en moet de proceskosten van het hoger beroep vergoeden.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het bouwen van een kas ten behoeve van caravanstalling is terecht geweigerd wegens strijd met de Omgevingsverordening en het ontbreken van ontheffing.