ECLI:NL:RVS:2025:5877
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning zomer- en winterterras aan ijssalon in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 11 mei 2021 een vergunning aan de vergunninghouder voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de locatie van de ijssalon "Bitterkoud koffie & ijs". De appellant, wonend boven de horeca-inrichting, stelde overlast te ondervinden en maakte bezwaar tegen deze vergunning. Het college verklaarde het bezwaar op 22 september 2021 kennelijk ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 23 februari 2023.
De appellant stelde in hoger beroep dat het college hem had moeten horen over zijn bezwaar, onder meer omdat volgens hem de vergunning niet alleen geweigerd kan worden op grond van de weigeringsgronden in artikel 2:10, derde lid, van de APV, maar ook indien de vergunninghouder geen belanghebbende zou zijn. Tevens voerde hij aan dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door hem niet te horen, terwijl hij in een eerdere procedure wel was gehoord. Daarnaast betoogde hij dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en dat het vijfde voorschrift van de vergunning onvoldoende concreet was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunninghouder wel degelijk belanghebbende is, mede omdat toestemming van de eigenaar van het pand niet ontbrak. Het college mocht het bezwaar ongegrond verklaren zonder de appellant te horen, aangezien het betoog over stemgeluid buiten de toetsingscriteria van de APV viel. De Afdeling vond dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar de te verwachten hinder, mede gebaseerd op adviezen van de wegbeheerder en de Adviescommissie Openbare Ruimte. De overige betogen van de appellant leidden niet tot vernietiging van de uitspraak.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.