ECLI:NL:RVS:2019:534
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing terrasvergunning aan APV en beleidsregels gemeente Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 18 februari 2016 aan Bitterkoud koffie & ijs een vergunning voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de Oostduinlaan 119 in Den Haag. Een omwonende, appellant, stelde dat het terras op eigen grond lag en dat het college daardoor niet bevoegd was de vergunning te verlenen. Tevens klaagde hij over geluidsoverlast en betwistte hij dat het college voldoende rekening had gehouden met zijn belangen.
De rechtbank oordeelde dat het terras op een weg in de zin van de Algemene plaatselijke verordening (APV) lag, omdat het terrein publiek toegankelijk is. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat de eigendomssituatie niet relevant is voor de vraag of het terrein een weg is. Ook is het college bevoegd om een terrasvergunning te verlenen indien geen weigeringsgronden uit artikel 2:10, derde lid, van de APV aanwezig zijn.
De appellant voerde aan dat het college ten onrechte geen integrale belangenafweging had gemaakt en dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan en de Beleidsregels vergunningverlening terrassen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat bij een terrasvergunning alleen getoetst wordt aan de APV en niet aan het bestemmingsplan. Overlast door geluid valt onder handhaving op grond van artikel 4:6 van Pro de APV en is geen weigeringsgrond voor de terrasvergunning. De vergunning is niet in strijd met de Beleidsregels omdat het terras niet op een openbare parkeerplaats ligt.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.