ECLI:NL:RVS:2025:5905
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verblijfsvergunning
Op 8 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had aangevraagd, in hoger beroep ging tegen de afwijzing van zijn aanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De aanvraag was eerder op 24 oktober 2024 afgewezen. De rechtbank Den Haag had in een tussenuitspraak op 11 april 2025 de minister de gelegenheid gegeven om een gebrek in het besluit te herstellen. Na een aanvullend besluit van de minister op 10 juli 2025, heeft de rechtbank op 19 november 2025 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. Verzoeker heeft vervolgens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat er op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat er een beslissing is genomen op het hoger beroep en heeft de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die op € 907,00 zijn vastgesteld, geheel toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. Deze uitspraak is gedaan in het openbaar op 8 december 2025.