ECLI:NL:RVS:2025:5975

Raad van State

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
202406080/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake wijziging en terugvordering subsidie radioloog door minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellant] tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 september 2024. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 3 mei 2023 de vaststelling van de subsidie van [appellant] gewijzigd en op nihil gesteld, en een bedrag van € 100.000,- teruggevorderd. [appellant] was als radioloog in dienst van ziekenhuis Bernhoven en had eerder subsidie aangevraagd op basis van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg 2016. De minister stelde dat [appellant] niet voldeed aan de voorwaarden voor subsidieverstrekking, omdat hij niet uitsluitend op basis van arbeidsovereenkomsten met zorgaanbieders als medisch specialist werkzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond, waarna hij hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 15 september 2025 behandeld. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank had miskend dat de subsidievaststelling niet kennelijk onjuist was, en dat [appellant] niet had kunnen weten dat hij niet meer aan de voorwaarden voldeed. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en herstelde de subsidievaststelling van 21 oktober 2020, waardoor [appellant] recht heeft op de subsidie van € 100.000,-. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van [appellant].

Uitspraak

202406080/1/A2.
Datum uitspraak: 10 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 17 september 2024 in zaak nr. 23/3551 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister).
Procesverloop
Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de minister de vaststelling van de subsidie van [appellant] gewijzigd en op nihil gesteld en een bedrag aan ten onrechte uitbetaalde subsidie van € 100.000,- van [appellant] teruggevorderd.
Bij besluit van 11 december 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] heeft een nader stuk ingediend.
De minister heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 september 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. TJ.P. Grünbauer, advocaat in Ede, en vergezeld door [persoon], en de minister, vertegenwoordigd door mr. J.A. ter Schure en A. Lavertu Msc, zijn verschenen.
Overwegingen
1.       De relevante bepalingen, zoals die luidden ten tijde van belang, zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Inleiding
2.       [appellant] is met ingang van 30 juni 2016 als radioloog in dienst getreden van het ziekenhuis Bernhoven. Daarvoor was hij werkzaam als vrijgevestigd radioloog.
3.       Voor de overgang van vrijgevestigd medisch specialist naar specialist in loondienst heeft het ziekenhuis Bernhoven namens [appellant] op 29 februari 2016 subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg 2016 (hierna: de SOIT) (Stcrt. 2015, nr. 44560). Bij besluit van 31 augustus 2016 heeft de minister de gevraagde subsidie ten bedrage van € 100.000,- verleend.
4.       Met ingang van 1 maart 2019 is [appellant] als radioloog in loondienst getreden bij Medisch Specialistisch Bedrijf Peelland (hierna: MSB Peelland) en gaan werken in het Elkerliek ziekenhuis.
5.       Op 4 juni 2020 heeft het ziekenhuis Bernhoven namens [appellant] een vaststellingsaanvraag ingediend. Bij besluit van 21 oktober 2020 heeft de minister de subsidie conform de verlening vastgesteld. Daarbij heeft de minister laten weten dat er nog een extra nacontrole kan plaatsvinden en dat hij in dat kader nog nadere stukken bij [appellant] zou kunnen opvragen. Bij brief van 1 december 2022 heeft de minister [appellant] laten weten dat zijn aanvraag is geselecteerd voor een nacontrole en nadere stukken bij hem opgevraagd. [appellant] heeft de gevraagde stukken verstrekt.
Bestreden besluitvorming en aangevallen uitspraak
6.       Bij besluit van 3 mei 2023, zoals gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 11 december 2023, heeft de minister de subsidievaststelling van [appellant] herzien en de subsidie op nihil vastgesteld, en het reeds uitbetaalde subsidiebedrag van € 100.000,- van hem teruggevorderd. MSB Peelland is geen zorgaanbieder als bedoeld in de SOIT. Dat betekent dat [appellant] niet tot en met 31 mei 2020 uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders als medisch specialist werkzaam is geweest. Daarmee heeft [appellant] niet voldaan aan de voorwaarden voor subsidieverstrekking, aldus de minister.
7.       De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.
8.       [appellant] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld.
Hoger beroep
9.       [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat onvoldoende kenbaar was dat hij door in loondienst te treden bij een medisch specialistisch bedrijf niet meer aan de voorwaarden voor subsidieverstrekking voldeed. Bij het aanvragen van de subsidie en toen hij uit dienst trad bij het ziekenhuis Bernhoven en in dienst trad bij MSB Peelland heeft hij zich laten adviseren door een jurist van de HR-afdeling van het ziekenhuis Bernhoven en een jurist van de Landelijke dienst artsen. Beide juristen hebben hem te kennen gegeven dat de overstap naar MSB Peelland geen gevolgen zou hebben voor zijn recht op subsidie.
9.1.    De Afdeling begrijpt dit betoog zo dat [appellant] stelt dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat [appellant] niet had kunnen weten dat het besluit van 21 oktober 2020, waarbij de subsidie op € 100.000,- is vastgesteld, onjuist was.
9.2.    Uit het besluit op bezwaar van 11 december 2023 kan worden afgeleid, en de minister heeft dit op de zitting bij de Afdeling bevestigd, dat de minister zich op het standpunt stelt dat hij de subsidievaststelling op grond van artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) mocht herzien. Volgens de minister was de subsidievaststelling onjuist, omdat [appellant] niet aan de subsidievoorwaarden voldeed, en wist [appellant] dit, althans behoorde hij dit te weten. De Afdeling volgt dit standpunt niet. Zoals zij eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 30 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK7970, r.o. 2.5.1 en de uitspraak van 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5327, r.o. 11.1), volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 4:49, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 78) dat slechts een kennelijke onjuiste subsidievaststelling grond is voor het intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen van de subsidievaststelling. In dit geval was de subsidievaststelling van 21 oktober 2020 weliswaar onjuist, maar dit was niet kennelijk. Voor zover de minister in dit kader nog heeft gesteld dat [appellant] had moeten melden dat hij een nieuwe arbeidsovereenkomst was aangegaan en dat dan duidelijk was geworden dat hij niet aan de subsidievoorwaarden had voldaan, kan hem dit niet baten. Weliswaar had [appellant] op grond van artikel 9, derde lid, van de SOIT bij de minister moeten melden dat hij in dienst was getreden bij MSB Peelland, maar de omstandigheid dat hij niet aan deze bepaling uit de SOIT heeft voldaan, maakt de onjuistheid van de vaststelling niet kennelijk.
9.3.    Het betoog slaagt.
Conclusie
10.     Gelet op het voorgaande is het hoger beroep gegrond. De overige hoger beroepsgronden behoeven geen bespreking meer. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van [appellant] gegrond verklaren, het besluit van 11 december 2023 vernietigen, en, zelf in de zaak voorziend, het besluit van 3 mei 2023 herroepen. Dit betekent dat het besluit van 21 oktober 2020 herleeft en dat [appellant] recht heeft op € 100.000,- subsidie.
11.     De minister moet de proceskosten van [appellant] vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost­-Brabant van 17 september 2024 in zaak nr. 23/3551;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.      vernietigt het besluit van 11 december 2023, met kenmerk DWJZ-2023000776;
V.       herroept het besluit van 3 mei 2023, met kenmerk 325157;
VI.      veroordeelt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 4.922,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
VII.     gelast dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 463,- vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. B.P.M. van Ravels en mr. M.C. Stoové, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.S. Ouwehand, griffier.
w.g. Den Ouden
voorzitter
w.g. Ouwehand
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025
752
BIJLAGE
RELEVANTE REGELGEVING
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 4:49
1. Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen:
a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten, of
c. indien de subsidie-ontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
3. De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan.
Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg
2016
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
De minister verstrekt de subsidie met het oog op de beëindiging na 31 december 2015 en voor 1 juli 2016 van de hoedanigheid als vrijgevestigd medisch specialist en het met ingang van het tijdstip van die beëindiging, als medisch specialist uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders werkzaam zijn.
Artikel 5 Subsidiebedrag
1. Het bedrag van de subsidie is € 100 000.
2. Het bedrag van de subsidie is  in afwijking van het eerste lid, nihil indien:
a. de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4 niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, of
b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, bedoeld in artikel 9.
3. De minister kan in afwijking van het eerste lid, de subsidie op een lager bedrag vaststellen indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan:
a. de in deze regeling aan de subsidie verbonden verplichtingen anders dan bedoeld in artikel 9, of
b.  de verplichtingen die de minister krachtens artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht, aan de subsidie-ontvanger heeft opgelegd.
Artikel 9 Aanvullende doelverplichtingen
1. De subsidie-ontvanger is vanaf het tijdstip, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tot en met 31 mei 2020 als medisch specialist uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders werkzaam.
2. Er wordt voor de beëindiging van de hoedanigheid als vrijgevestigd medisch specialist, geen vergoeding door een derde verleend anders dan een onmiddellijke of middellijke vergoeding in de vorm van een geldsom van een zorgaanbieder waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten.
3.  De subsidie-ontvanger die in de periode, bedoeld in het eerste lid, niet langer voldoet aan het eerste of tweede lid, meldt dat feit onverwijld aan de minister.