Uitspraak
Datum uitspraak: 10 december 2025
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch verleende een omgevingsvergunning voor het plaatsen van 23 cabins ten behoeve van een maatschappelijke zorgvoorziening voor 22 kwetsbare personen. Appellant A en appellante B maakten bezwaar vanwege mogelijke overlast, onaanvaardbare druk op het woon- en leefklimaat en schade aan bedrijfsbelangen.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en gaf het college de opdracht het gebrek te herstellen. In de einduitspraak vernietigde de rechtbank het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid, maar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de vergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraken. Zij oordeelt dat het project geen stedelijk ontwikkelingsproject is en dat de reguliere voorbereidingsprocedure terecht is gevolgd. De vergunning is terecht verleend voor een termijn van tien jaar, waarbij het feitelijk mogelijk is dat de cabins na afloop zonder onomkeerbare gevolgen kunnen worden verwijderd.
De Afdeling acht de voorschriften en maatregelen ter voorkoming van overlast toereikend en concludeert dat de gevreesde nadelige gevolgen niet aannemelijk zijn gemaakt. Ook is geen aanleiding voor vergoeding van de bezwaarkosten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de maatschappelijke zorgvoorziening wordt bevestigd.