ECLI:NL:RVS:2025:611
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in asielzaak wegens overschrijding beslistermijn
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een asielaanvraag. Tijdens de procedure trok de vreemdeling het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding van de minister. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister de beslistermijn voor de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel had overschreden, ongeacht de rechtmatigheid van een verlenging van die termijn.
De minister had uiteindelijk het verzoek van de vreemdeling ingewilligd met een besluit van 2 oktober 2024. Omdat de minister niet tijdig een besluit had genomen en de vreemdeling het hoger beroep introk, werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De Afdeling paste een wegingsfactor van 0,5 toe omdat het hoger beroep uitsluitend ging over de niet-tijdige besluitvorming.
De Afdeling wees het verzoek tot vergoeding toe en bepaalde dat de minister €453,50 aan proceskosten moet vergoeden, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 februari 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens overschrijding van de beslistermijn.