ECLI:NL:RVS:2025:6143
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen dwangsombesluit permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Opmeer legde [appellante] een dwangsombesluit op om de permanente bewoning van haar recreatiewoning te beëindigen, omdat dit in strijd is met de beheersverordening van het recreatiepark "West-Friesland". Na het niet voldoen aan dit besluit werd een dwangsom van € 25.000,- ingevorderd. [appellante] maakte bezwaar tegen het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid en oordeelde dat er geen verschoonbare termijnoverschrijding was. In hoger beroep betoogde [appellante] dat de besluiten niet correct waren bekendgemaakt, omdat zij deze pas bij het deurwaardersexploot in april 2023 ontving en dat de postbezorging op het recreatiepark gebrekkig was, waardoor zij geen afhaalberichten ontving.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aangetekende verzending voldoende aannemelijk was en dat het risico van het niet ontvangen van afhaalberichten voor rekening van [appellante] komt, mede omdat zij zelf verantwoordelijk is voor het treffen van voorzieningen voor ontvangst van post. Ook het feit dat het college na retourontvangst geen extra inspanningen heeft verricht, leidt niet tot een ander oordeel. De termijnoverschrijding is daarmee niet verschoonbaar en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.