ECLI:NL:RVS:2025:6146
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.H. Bangma
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hardheidsclausule voor overname private schuld in toeslagenaffaire
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de minister terecht heeft geweigerd een private schuld van appellante over te nemen, dan wel dat toepassing van de hardheidsclausule in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) had moeten plaatsvinden. De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel.
Appellante voerde aan dat haar financiële situatie en medische problemen een beroep op de hardheidsclausule rechtvaardigen. Na een tussenuitspraak van de Afdeling kreeg zij de gelegenheid om nadere stukken te overleggen, waaronder een budgetoverzicht, een verklaring van haar fysiotherapeut en onderzoeksuitslagen van haar orthopeed.
De Afdeling concludeert dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat appellante zich in een situatie van structurele financiële nood bevindt. Haar inkomen is voldoende en de begroting van uitgaven is ruim. Ook is niet gebleken dat de schuld aan Beobank NV/SA opeisbaar is. De medische verklaringen geven geen concreet aanknopingspunt voor verlies van verdienvermogen. De minister heeft daarom terecht de schuld niet overgenomen op grond van de hardheidsclausule.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de minister terecht heeft geweigerd de private schuld van appellante over te nemen op grond van de hardheidsclausule.