ECLI:NL:RVS:2025:6261
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State na hoger beroep
Appellant werd bij besluit van 18 augustus 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 september 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen, mede omdat de rechtsvraag over de onrechtmatigheid van opvolgende bewaring reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 11 december 2025.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.