ECLI:NL:RVS:2025:6268
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum verblijfsvergunning asiel op basis van loopbriefdatum
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 6 oktober 2022, gebaseerd op de ontvangstdatum van het formulier model M35-H. Betrokkene stelde dat de ingangsdatum de datum van ontvangst van de loopbrief was, namelijk 7 augustus 2022.
De rechtbank oordeelde dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op 7 augustus 2022 moest worden vastgesteld, omdat de loopbrief als een eerste rapport van een incomplete aanvraag geldt die later met het formulier M35-H is gecompleteerd. De rechtbank baseerde zich hierbij op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
De minister stelde in hoger beroep dat de verordening en richtlijn verschillende procedures betreffen en dat de aanvraag pas ingediend is bij overhandiging van het formulier M35-H. De Afdeling verwierp dit betoog en stelde dat de ingangsdatum moet worden bepaald door het moment waarop de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt aan de autoriteiten, hier de datum van de loopbrief.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel de datum van de loopbrief is, niet de datum van het formulier M35-H.