ECLI:NL:RVS:2025:631
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning wegens onvoldoende gevaar op strafbare feiten
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen weigerde op 23 december 2021 omgevingsvergunningen aan Centavos Investment B.V. en een appellant voor uitbreiding van magazijnruimte en verbouwing van een woning, op grond van een ernstig gevaar dat deze vergunningen zouden worden gebruikt voor strafbare feiten volgens de Wet Bibob.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde dit besluit op 10 augustus 2023 ongegrond vanwege onvoldoende motivering van het ernstig gevaar en beval een nieuw besluit. Het college stelde hoger beroep in, terwijl Centavos en de appellant incidenteel hoger beroep instelden met het standpunt dat geen zakelijk samenwerkingsverband bestond en de strafbare feiten niet relevant waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het zakelijk samenwerkingsverband tussen partijen wel bestaat en dat sommige overtredingen samenhangen met de aangevraagde activiteiten, maar dat de feiten grotendeels oud en onvoldoende ernstig zijn om het ernstig gevaar te rechtvaardigen. Daarom vernietigt de Afdeling de eerdere uitspraak en de besluiten van het college en bepaalt dat de vergunningaanvragen in behandeling moeten worden genomen.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten aan Centavos en de appellant. Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van Centavos en de appellant wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De weigering van de omgevingsvergunningen door het college wordt vernietigd en de vergunningaanvragen moeten in behandeling worden genomen.