6.1.De burgemeester stelt zich in de bestreden besluiten I en II, kort samengevat, op het standpunt dat de exploitatievergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob.
Dit ernstige gevaar berust volgens de burgemeester enerzijds op feiten en omstandigheden die blijken uit de Bibob-adviezen van het LBB, en anderzijds uit nadien gebleken feiten en omstandigheden. De burgemeester somt deze in het verweerschrift als volgt op.
1.
Het in 2013 verbouwen en in gebruik nemen als pension van het pand [adres 1] / [adres 2] zonder de benodigde vergunningen en in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Drank- en Horecawet (DHW), de APV, de Woningwet, en het Bouwbesluit 2012
De voorzieningenrechter stelt vast dat partijen het er over eens zijn dat dit ‘oude’ feiten zijn, waarover inhoudelijk geen geschil bestaat, maar dat partijen verdeeld zijn over de vraag of deze feiten nog bij de gevaarsbeoordeling mogen worden betrokken. Volgens verzoekers niet, volgens de burgemeester wel, zij het minder zwaarwegend. Deze feiten zijn volgens de burgemeester nog wel relevant, omdat soortgelijke feiten ook later voorkomen met betrekking tot [adres 1] .
2)
Het verbouwen en in gebruik nemen als pension van het pand [adres 1] zonder de benodigde vergunningen in de periode van 17 juni 2021 tot en met 6 mei 2023
Voor deze overtreding is een last onder dwangsom opgelegd. Na legalisatie is deze last ingetrokken, maar bij besluit van 24 juni 2025 is het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank. Dit beroep heeft zaaknummer 25/3831. Dit besluit is dus nog niet onherroepelijk en de overtreding is nog in geschil.
3)
Het overtreden van het Arbeidsomstandighedenbesluit op 20 juni 2023 door [bedrijf 2] B.V. (valgevaar medewerkers)
Het LBB heeft bij haar beoordeling betrokken dat de Arbeidsinspectie bij een aan [verzoeker 2] gelieerde onderneming ( [bedrijf 2] ) een mondeling bevel tot stillegging van werk heeft gegeven, wegens het plaatsen van zonnepanelen waarbij valgevaar niet voldoende was voorkomen. De commissie stelt dat er geen samenhang is en dat de overtreding vrijwel direct ongedaan is gemaakt. Volgens de burgemeester is er wel samenhang, omdat [verzoeker 1] ook personeel heeft en zich daar al gevaar heeft voorgedaan vanwege de aanwezigheid van een brandmeldinstallatie die niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Deze overtreding wordt door verzoekers betwist. Volgens verzoekers is er alleen een melding geweest, maar is er geen rapport opgemaakt en geen (boete-)besluit genomen waartegen eerder rechtsmiddelen hadden kunnen worden aangewend.
4)
Ten onrechte niet vermelden in de Bibob-aanvraag dat verzoekers als verdachte zijn aangemerkt (valsheid in geschrift)
De gemachtigde van verzoekers heeft gesteld dat de vermeende valsheid in geschrift niet aan de gevaarsconclusie c.q. de weigeringsgrond van artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob ten grondslag mag worden gelegd, omdat verzoekers hiervan zijn vrijgesproken door de politierechter en op 21 oktober 2025 in hoger beroep door het gerechtshof ook zijn vrijgesproken.
De voorzieningenrechter heeft op de zitting gewezen op artikel 3a van de Wet Bibob: in geval van een rechterlijke uitspraak houdende vrijspraak, wordt de mate van gevaar niet op grond van dat strafbare feit vastgesteld.
De burgemeester stelt evenwel dat de wetgever hiermee een onherroepelijke vrijspraak bedoelt en dat daarvan ten tijde van het nemen van de bestreden besluiten nog geen sprake was. De burgemeester blijft dus bij zijn standpunt dat dit feit bij de beoordeling van de gevaarsconclusie mocht worden betrokken.
5)
Het zonder vergunning plaatsen van zonnepanelen aan de [adres 3]
Voor deze overtreding is een last onder dwangsom opgelegd. Dat na het opleggen van de last alsnog een vergunning is aangevraagd en verleend, maakt volgens de burgemeester niet dat hij dit feit niet mag betrekken bij de gevaarsbeoordeling. In de uitspraak van deze rechtbank van 22 mei 2025is het beroep inzake deze last ongegrond verklaard en is de last onder dwangsom in stand gebleven. Hiertegen is geen hoger beroep ingesteld, zodat de overtreding in rechte vaststaat.
6)
Het verbouwen en in gebruik nemen als pension van de panden [adres 4] & [adres 5] zonder de benodigde vergunningen en in strijd met de Wabo en de APV, de Woningwet, en het Bouwbesluit 2012, in de periode van 17 juni 2021 tot en met 28 januari 2024
Voor het strijdig gebruik van deze panden als logiesgebouw is op 5 juli 2021 een last onder dwangsom opgelegd. Een omgevingsvergunning om het gebruik van de panden te wijzigen naar pension is geweigerd. Verzoekers stellen zich daarbij op het standpunt dat sprake is van legale B&B’s. In de uitspraak van deze rechtbank van 25 september 2025is het beroep ongegrond verklaard. Hiertegen is hoger beroep ingesteld.
7)
Het overtreden van de last onder dwangsom van 5 juli 2021 ( [adres 4] & [adres 5] )
In de uitspraak van deze rechtbank van 25 september 2025is het beroep tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard. Hiertegen is hoger beroep ingesteld.
8)
Het voortzetten van het strijdig gebruik als logiesgebouw in de periode van januari 2024 tot en met 15 mei 2024 ( [adres 4] & [adres 5] )
Hiervoor zijn op 25 februari 2025 nieuwe lasten onder dwangsom opgelegd. Bij besluit op bezwaar van 30 september 2025 zijn deze lasten deels in stand gebleven. Hiertegen is beroep ingesteld (zaaknummers 25/5782 en 25/5784).
9 )
Het in strijd met de APV exploiteren van een logiesgebouw in april en mei 2023 ( [adres 1] )
Hiervoor is op 25 mei 2023 een last onder dwangsom opgelegd. Dit was voordat de voorzieningenrechter op 7 juli 2023 bepaalde dat [verzoeker 3] gebruik mocht maken van de exploitatievergunning(zie punt 2.5). Het bezwaar tegen deze last is op 2 oktober 2025 ongegrond verklaard. Daartegen is beroep ingesteld (zaaknummer 25/5780). De gemachtigde van verzoekers wijst er nog op dat de voorzieningenrechter in de uitspraak de burgemeester in overweging heeft gegeven om de last in te trekken en niet over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen.
10)
Het in strijd met de APV plaatsen van een container op de openbare weg, het zonder sloopmelding slopen van meer dan 10 m3 sloopafval en het verrichten van sloopwerkzaamheden zonder asbestinventarisatierapport ( [adres 6] )
Hiervoor is dat pand met een last onder bestuursdwang gesloten en is er een last onder dwangsom opgelegd. Deze zijn bij beslissing op bezwaar van 24 juni 2025 in stand gelaten. Hiertegen zijn beroepen ingesteld (zaaknummers 25/4776 en 25/383 9 ).
Het oordeel van de voorzieningenrechter
7. De voorzieningenrechter constateert, evenals de voorzieningenrechter in de uitspraak van 2 december 2024, dat een flink deel van de overtredingen die de burgemeester ten grondslag heeft gelegd aan zijn beoordeling nog onderwerp zijn van lopende procedures (2, 6, 7, 8, 9 en 10). Twee andere gestelde overtredingen (3 en 4) worden door verzoekers uitdrukkelijk betwist. De meeste overtredingen staan dus nog niet vast.