Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2025 in de zaken tussen
de burgemeester van de gemeente Schouwen-Duiveland, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Het in 2013 verbouwen en in gebruik nemen als pension van het pand [adres 1] / [adres 2] zonder de benodigde vergunningen en in strijd met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Drank- en Horecawet (DHW), de APV, de Woningwet, en het Bouwbesluit 2012
Het verbouwen en in gebruik nemen als pension van het pand [adres 1] zonder de benodigde vergunningen in de periode van 17 juni 2021 tot en met 6 mei 2023
Het overtreden van het Arbeidsomstandighedenbesluit op 20 juni 2023 door [bedrijf 2] B.V. (valgevaar medewerkers)
Ten onrechte niet vermelden in de Bibob-aanvraag dat verzoekers als verdachte zijn aangemerkt (valsheid in geschrift)
Het zonder vergunning plaatsen van zonnepanelen aan de [adres 3]
Het verbouwen en in gebruik nemen als pension van de panden [adres 4] & [adres 5] zonder de benodigde vergunningen en in strijd met de Wabo en de APV, de Woningwet, en het Bouwbesluit 2012, in de periode van 17 juni 2021 tot en met 28 januari 2024
Het overtreden van de last onder dwangsom van 5 juli 2021 ( [adres 4] & [adres 5] )
Het voortzetten van het strijdig gebruik als logiesgebouw in de periode van januari 2024 tot en met 15 mei 2024 ( [adres 4] & [adres 5] )
Het in strijd met de APV exploiteren van een logiesgebouw in april en mei 2023 ( [adres 1] )
Het in strijd met de APV plaatsen van een container op de openbare weg, het zonder sloopmelding slopen van meer dan 10 m3 sloopafval en het verrichten van sloopwerkzaamheden zonder asbestinventarisatierapport ( [adres 6] )
De overtreding onder 5 (het zonder vergunning plaatsen van zonnepanelen aan de [adres 3] ) staat bijvoorbeeld wel in rechte vast, maar de samenhang met de exploitatie van het pension aan de [adres 1] is niet evident. Volgens de burgemeester is sprake van samenhang omdat verzoekers een patroon laten zien waarbij continu dingen worden gedaan zonder vergunning. Tot op zekere hoogte kan de voorzieningenrechter de burgemeester hierin wel volgen, maar van een rechtstreeks verband is geen sprake.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst de verzoeken toe en treft de voorlopige voorziening dat vof [verzoeker 1] mag handelen als ware zij in het bezit van de exploitatievergunning, zoals die was verleend op 12 oktober 2022, tot twee weken na de uitspraak van de rechtbank op het beroep in beide hoofdzaken;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van in totaal € 770,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekers.