ECLI:NL:RVS:2025:6313
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling compensatie aanvraag afgeloste private schulden toeslagenaffaire
Appellant, gedupeerde van de toeslagenaffaire, vroeg compensatie voor afgeloste private schulden bij Interbank, ING en twee natuurlijke personen. De minister wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat aan de vereisten van artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen was voldaan, zoals opeisbaarheid en vastlegging van de schulden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de schulden wel opeisbaar waren en dat de informele schulden als opeisbare leningen moesten worden beschouwd. Ook stelde hij dat de minister ten onrechte geen gebruik maakte van de hardheidsclausule, gezien de medische situatie van zijn echtgenote en de gevolgen van de toeslagenaffaire.
De Afdeling oordeelde dat de minister terecht de schulden niet heeft gecompenseerd omdat niet was aangetoond dat de hoofdsommen vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren geworden en dat de informele schulden niet aan de wettelijke vereisten voldeden. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie niet zodanig schrijnend was dat dit gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de minister terecht de compensatie voor afgeloste private schulden heeft geweigerd.