ECLI:NL:RVS:2025:6332
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- M.M. Kaajan
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang na vaststellingsovereenkomst toeslagenaffaire
De Dienst Toeslagen kende aan [appellante], een erkend slachtoffer van de toeslagenaffaire, een compensatie toe over de toeslagjaren 2010 tot en met 2012. Na bezwaar werd het compensatiebedrag verhoogd, maar een inhouding wegens een nog niet volledig terugbetaalde vordering gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat de inhouding onterecht was. Tijdens de procedure sloot zij echter een vaststellingsovereenkomst (vso) met de Staat, waarin finale kwijting werd verleend en alle lopende procedures werden geacht te zijn ingetrokken. Ondanks deze overeenkomst handhaafde [appellante] haar hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de civielrechtelijke vso geen directe werking heeft in deze bestuursrechtelijke procedure en dat een intrekking van het beroep onvoorwaardelijk moet zijn om rechtsgeldig te zijn. Wel stelde de Afdeling vast dat het procesbelang van [appellante] was komen te vervallen omdat de schade inmiddels volledig was vergoed via de vso. Het principiële belang van [appellante] was onvoldoende om het hoger beroep ontvankelijk te houden. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van [appellante] wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst.