ECLI:NL:RVS:2025:6385
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen vrijstelling exploitatievergunningsplicht horeca in Horecagebiedsplan Kralingen-Crooswijk
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde op 8 februari 2022 het Horecagebiedsplan Kralingen-Crooswijk 2022-2024 vast, waarin onder meer een vrijstelling van de exploitatievergunningsplicht voor horeca-inrichtingen op het adres [locatie 3] werd opgenomen. Appellanten, wonend nabij dit adres, maakten bezwaar tegen deze vrijstelling, stellende dat deze in strijd was met het uitgangspunt dat geen nieuwe horeca is toegestaan in de betreffende buurt.
De burgemeester verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellanten stelden in hoger beroep dat de rechtbank een te strikt criterium hanteerde en dat zij niet tijdig bezwaar konden maken vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder een huisnummerbesluit dat de vrijstelling uitbreidde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellanten geen bijzondere omstandigheden hadden aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De Afdeling overwoog dat appellanten zich hadden moeten realiseren dat de vrijstelling ook horeca-inrichtingen kon betreffen en dat het huisnummerbesluit geen reden was voor termijnverschoonbaarheid. Ook was er geen sprake van handelen of nalaten van het bestuursorgaan dat de termijnoverschrijding veroorzaakte.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.