ECLI:NL:RVS:2025:6441

Raad van State

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
BRS.25.002437
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen de maatregel van bewaring van een vreemdeling zonder terugkeerbesluit

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een vreemdeling die in bewaring is gesteld door de minister van Asiel en Migratie. De minister heeft op 24 november 2025 besloten om appellant in bewaring te stellen. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 12 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, heeft vervolgens hoger beroep ingesteld.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak beoordeeld. De enige grief van appellant richtte zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het terugkeerbesluit van 20 maart 2019 niet ter beoordeling voorligt en dat dit besluit in rechte vaststaat. Appellant betoogde dat het terugkeerbesluit niet als grondslag kan dienen voor de maatregel van bewaring, omdat hierin geen land van terugkeer is genoemd.

De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat het besluit van 20 maart 2019 niet meer bij de bestuursrechter kan worden aangevochten. Echter, de rechtbank had moeten controleren of de minister dat besluit terecht als basis voor de maatregel van bewaring beschouwde. De Raad van State concludeerde dat het besluit van 20 maart 2019 niet voldeed aan de vereisten voor een terugkeerbesluit, omdat er geen land van terugkeer was genoemd. Hierdoor was de maatregel van bewaring onrechtmatig. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en hevelde de maatregel van bewaring op. Tevens werd appellant een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak

BRS.25.002437
Datum uitspraak: 31 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 12 december 2025 in zaak nr. NL25.58139 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 november 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 12 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Schoneveld, advocaat in Haarlem, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft op verzoek van de Afdeling een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.        De enige grief is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat het terugkeerbesluit van 20 maart 2019 niet ter beoordeling voorligt en dat het besluit in rechte vaststaat. Appellant voert aan dat het terugkeerbesluit niet als grondslag kan dienen voor de maatregel van bewaring, omdat daarin geen land van terugkeer is genoemd.
1.1.        De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het besluit van 20 maart 2019 niet meer bij de bestuursrechter kan worden aangevochten. Dit neemt echter niet weg dat zij had moeten controleren of de minister dat besluit terecht ziet als het terugkeerbesluit waarop de maatregel van bewaring kan worden gebaseerd. Dat heeft zij niet gedaan zoals zou moeten.
1.2.        Appellant klaagt terecht dat het besluit van 20 maart 2019 geen terugkeerbesluit is waarop de maatregel van bewaring kon worden gebaseerd. Dit besluit voldoet namelijk niet aan de vereisten die volgen uit de uitspraak van de Afdeling van 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1155. In het besluit is niet uitdrukkelijk een land van terugkeer genoemd. Ook blijkt niet ondubbelzinnig uit de motivering van het besluit of het voornemen, dat deel uitmaakt van het besluit, naar welk land appellant zou moeten terugkeren. Dat uit de maatregel van 24 november 2025 en het vertrekgesprek van 26 november 2025 blijkt dat er gewerkt wordt aan de terugkeer naar Algerije, is niet voldoende om te kunnen oordelen dat sprake is van een aanvulling op het terugkeerbesluit. Omdat er geen terugkeerbesluit aan de maatregel ten grondslag ligt dat voldoet aan de eisen, is de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig.
1.3.        De grief slaagt.
2.        Omdat de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig is, bestaat voor ambtshalve toetsing door de Afdeling geen aanleiding. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het beroep is gegrond. De maatregel van bewaring wordt opgeheven met ingang van vandaag. Ook heeft appellant recht op schadevergoeding (artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000). Deze vergoeding wordt daarom aan appellant toegekend. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.        vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 12 december 2025 in zaak nr. NL25.58139;
III.        verklaart het beroep gegrond;
IV.        bepaalt dat de maatregel van bewaring met ingang van vandaag wordt opgeheven;
V.        kent aan appellant een vergoeding toe van € 3.800,00 over de periode van 24 november 2025 tot en met 31 december 2025, ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de griffier van de Raad van State;
VI.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 december 2025
872