ECLI:NL:RVS:2025:6443
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 6 september 2024 is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 december 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 31 december 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie. De beslissing beschermt de belangen van verzoeker gedurende de procedure en waarborgt dat hij opvang en verstrekkingen kan blijven ontvangen totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.