ECLI:NL:RVS:2025:659
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P.M. van Ravels
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade na wijzigingsplan Oranje Nassau in Oegstgeest
Het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest stelde in 2016 een wijzigingsplan vast voor woningbouw op het voormalige sportterrein van Ajax-Sportman-Combinatie. Eigenaren van een naastgelegen woning, appellanten, vroegen in 2020 op grond van artikel 6.1 Wro vergoeding van planschade, welke het college aanvankelijk deels toekende, maar later introk omdat de schade voorzienbaar was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat de schade voorzienbaar was vanwege een wijzigingsbevoegdheid in het toen geldende bestemmingsplan 'Centrum' die een vergelijkbare planologische ontwikkeling mogelijk maakte. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij deze wijzigingsbevoegdheid niet redelijkerwijs konden voorzien bij aankoop van de woning in 1977 en dat de ruimtelijke gevolgen van het wijzigingsplan wezenlijk verschillen van die bevoegdheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellanten in 1977 kennis hadden kunnen nemen van het bestemmingsplan met de wijzigingsbevoegdheid, die een bejaardencentrum van drie bouwlagen mogelijk maakte. De Afdeling volgt het nader advies dat de ruimtelijke gevolgen van het wijzigingsplan en de wijzigingsbevoegdheid min of meer gelijk zijn, en dat de voorzienbaarheid van de schade daarom vaststaat.
De Afdeling wijst de argumenten van appellanten af dat het wijzigingsplan meer bebouwing en hinder zou veroorzaken dan de wijzigingsbevoegdheid. Op basis van de feiten en het advies concludeert de Afdeling dat het college terecht de vergoeding van planschade heeft afgewezen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van planschade wordt bevestigd.