ECLI:NL:RVS:2025:66
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 3 oktober 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 december 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening behandeld.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat deze terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2025 door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.