ECLI:NL:RVS:2025:695
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling na afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 augustus 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 januari 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 20 februari 2025 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De beslissing voorkomt dat de vreemdeling onherstelbare schade lijdt door uitzetting voordat het hoger beroep is afgerond.
De uitspraak werd gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter J.C.A. de Poorter en griffier D.I. van Kesteren.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet de proceskosten vergoeden.