ECLI:NL:RVS:2025:696
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 3 februari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval op 20 februari 2025 de opheffing van deze maatregel met ingang van die datum, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De minister beriep zich op het grensbewakingsbelang dat in het geding zou zijn indien de maatregel wordt opgeheven.
De voorzieningenrechter overwoog dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is volgens de Opvangrichtlijn en dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel voor de vreemdeling. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en hoeft de maatregel niet opgeheven te worden totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft van kracht totdat het hoger beroep is beslist.