ECLI:NL:RVS:2025:7
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen vernietiging verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 7 februari 2024 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 21 november 2024 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek van de minister toegewezen en bepaald dat de minister geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.