ECLI:NL:RVS:2025:70

Raad van State

Datum uitspraak
10 januari 2025
Publicatiedatum
13 januari 2025
Zaaknummer
202407742/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 8:81 AwbArt. 8:83, derde lid Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en opvang vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 augustus 2024 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank heeft dit besluit op 18 december 2024 bevestigd door het beroep van de vreemdeling ongegrond te verklaren. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De vreemdeling vroeg om te worden beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen. De voorzieningenrechter erkende dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Syrië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, waardoor uitzetting naar Syrië niet zal plaatsvinden.

Desondanks zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 10 januari 2025 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang wordt afgewezen.

Uitspraak

202407742/2/V2.
Datum uitspraak: 10 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 18 december 2024 in zaak nr. NL24.31824 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 9 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 18 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       De minister heeft in het besluit van 9 augustus 2024 te kennen gegeven dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij onder de huidige omstandigheden in Syrië een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM en dat hij om die reden ook niet zal worden uitgezet naar Syrië. In wat de vreemdeling verder heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter ook geen aanleiding een voorziening, als verzocht, te treffen.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.D. Salverda, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Salverda
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2025
992