ECLI:NL:RVS:2025:794
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale dakramen in beschermd stadsgezicht Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda legde op 10 juni 2024 een last onder dwangsom op aan verzoeker wegens het zonder omgevingsvergunning plaatsen van twee dakramen in het zijdakvlak van een woning in een beschermd stadsgezicht. Verzoeker werd verplicht de dakramen te verwijderen en het dakvlak te herstellen, onder dreiging van een dwangsom van €3.000.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 12 november 2024 dat sprake was van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en dat het college terecht handhavend had opgetreden. Verzoeker stelde dat het zijdakvlak als achterdakvlak moest worden beschouwd, waardoor vergunningvrijheid zou gelden, maar de rechtbank verwierp dit standpunt.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het oordeel van de rechtbank. De Raad overwoog dat het zijdakvlak niet als achterdakvlak kan worden aangemerkt, ook niet op grond van de voor-achterkantbenadering in het Besluit omgevingsrecht. De Raad wees het hoger beroep af en verwierp tevens het verzoek om een voorlopige voorziening.
De uitspraak bevestigt dat het college bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen en dat de handhaving proportioneel en rechtmatig is, mede gelet op de beschermde status van het stadsgezicht en het ontbreken van zicht op legalisatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft van kracht.