ECLI:NL:RVS:2025:891
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig bekendmaken van omgevingsvergunning voor legalisatie zelfstandige wooneenheden
Op 27 januari 2020 heeft appellant een omgevingsvergunning aangevraagd voor het legaliseren van drie zelfstandige wooneenheden op een perceel in Zwolle. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle heeft op 21 februari 2020 om aanvullende gegevens gevraagd, omdat de verstrekte gegevens onvoldoende waren voor beoordeling. Appellant stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend vanwege het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat zij oordeelde dat de vergunning niet van rechtswege was verleend. In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak vastgesteld dat het college onterecht om aanvullende gegevens heeft gevraagd die niet onder artikel 4:5, eerste lid, onderdeel a, maar onder onderdeel c van de Awb vielen. Omdat de gevraagde gegevens niet verstrekt konden worden (bergruimte was constructief onmogelijk), was de aanvraag onherstelbaar gebrekkig en mocht het college niet om aanvulling vragen.
De beslistermijn was daardoor niet opgeschort en de vergunning is op 24 maart 2020 van rechtswege verleend. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en legt het college dwangsommen op wegens het niet tijdig bekendmaken van de vergunning. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vergunning is van rechtswege verleend en het college wordt veroordeeld tot bekendmaking, dwangsommen en proceskostenvergoeding.