ECLI:NL:RVS:2025:96
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
De minister van Asiel en Migratie verklaarde op 8 augustus 2024 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 16 december 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de vreemdeling geen nieuwe elementen had aangevoerd die relevant waren voor een nieuwe beoordeling van de asielaanvraag. Dit oordeel werd niet verder gemotiveerd omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. Hiermee werd het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank definitief bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.