ECLI:NL:RVS:2025:962
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling bij besluit van 9 januari 2025 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling vond geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 10 maart 2025 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Raad van State.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.