ECLI:NL:RVS:2025:968
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verblijfsvergunning asiel na niet-inbehandelingname
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 november 2024 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 januari 2025 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Zij verwees daarbij naar het AIDA-rapport 2023 om aan te tonen dat zij in Bulgarije geen toegang zou krijgen tot noodzakelijke gezondheidszorg. De Afdeling oordeelde dat deze verwijzing geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die aanleiding geven tot een ander oordeel dan in eerdere uitspraken over het AIDA-rapport 2022.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.