ECLI:NL:RVS:2025:977
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De minister van Asiel en Migratie wees op 5 januari 2025 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 februari 2025 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen ervan in stand liet. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De kern van het hoger beroep betrof de klacht dat de rechtbank ten onrechte het onderzoek niet had heropend om nieuwe documenten te betrekken die na sluiting van het onderzoek waren ingediend. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank dit discretionaire bevoegdheid correct had uitgeoefend, gelet op de aard en inhoud van de documenten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda op 10 maart 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.