ECLI:NL:RVS:2025:986
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake inzage persoonsgegevens kinderen bij leerplichtambtenaar gemeente Den Haag
Bij besluit van 19 januari 2021 wees de leerplichtambtenaar van de gemeente Den Haag het verzoek van appellante om inzage in persoonsgegevens van haar kinderen af. Appellante stelde dat niet alle relevante documenten waren verstrekt, verwijzend naar e-mailwisselingen en overzichten die ontbraken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de leerplichtambtenaar aannemelijk had gemaakt dat inzage was gegeven in alle aanwezige persoonsgegevens, maar erkende dat bepaalde documenten mogelijk ten onrechte waren verwijderd. Omdat deze documenten niet meer beschikbaar zijn, kon niet worden vastgesteld of daarin persoonsgegevens van de kinderen waren verwerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit voor zover het betrekking had op de verwijderde documenten, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
De leerplichtambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief het griffierecht. De uitspraak benadrukt dat bestuursorganen alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen moeten nemen om documenten te achterhalen indien deze behoren te berusten bij het bestuursorgaan, maar erkent ook de grenzen van herstelfuncties wanneer documenten niet meer beschikbaar zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de leerplichtambtenaar wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op verwijderde documenten, met inachtneming van de rechtsgevolgen en vergoeding van proceskosten aan appellante.