ECLI:NL:RVS:2025:989
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vernietiging foto’s woning op grond AVG
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Breda om vernietiging van foto’s die een taxateur van zijn woning had gemaakt en om een schadevergoeding van € 1000,00 op grond van artikel 17 AVG Pro. Het college wees dit verzoek af omdat de foto’s niet meer aanwezig waren en het verzoek als herhaalde aanvraag werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het college het verzoek terecht had afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, en dat de bezwaarcommissie bevoegd en onafhankelijk was. Ook werd geoordeeld dat het college geen dwangsom hoefde te betalen omdat het binnen een redelijke termijn had beslist.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college het verzoek inhoudelijk had beoordeeld en niet als herhaalde aanvraag had afgewezen, dat de bezwaarcommissie onbevoegd en niet onafhankelijk was, en dat het besluit niet tijdig was verzonden. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de ingebrekestelling onredelijk laat was, waardoor geen dwangsom verschuldigd was.
De Afdeling benadrukte dat het college het verzoek terecht als herhaalde aanvraag heeft behandeld, dat de bezwaarcommissie aan de wettelijke eisen voldeed, en dat het gebruik van gemeentelijk briefpapier geen invloed had op de onafhankelijkheid. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.